Voortplanting paarden
Fokken met (ras)paarden of ponies gebeurt tegenwoordig zelden door een hengst en een merrie bij elkaar in de wei te plaatsen. Dekken op de natuurlijk manier brengt risicos met zich mee mbt ziekte-overdracht en fysieke schade aan hengst of merrie. Daarnaast is het soms lastig om te bepalen wanneer de merrie hengstig is, wanneer er geen ruin of (schouw)hengst voorhanden is.
Het optreden van de hengstigheid is bij de meeste paarden sterk afhankelijk van het seizoen. De cyclus duurt in het algemeen 21 dagen en de hengstigheid varieert van 2-10 dagen. De ovulatie en het dektijdstip bevinden zich aan het eind van de hengstigheid.
Veulen
Na de geboorte is het belangrijk merrie en veulen goed in de gaten te houden. Het nieuwe leven is pas veilig als merrie en veulen in de benen staan, de nageboorte is afgekomen en het veulen drinkt, plast en poept. Laat nPK de eerste dag na de geboorte langs komen om alles te controleren en de kansen op complicaties te verkleinen. Wij zullen de merrie, de nageboorte en het veulen nakijken en, indien nodig, het veulen een veulenprik geven.

Complicaties
Gelukkig gaat het meestal goed, maar wanneer het veulen verkeerd ligt, dan verergert de situatie snel. Grijp bijtijds in en bel de dierenarts wanneer het geboorteproces niet normaal lijkt te verlopen. Ga onderwijl lopen met de merrie, zodat ze stopt met persen.
Wanneer twee uur na de geboorte van het veulen de nageboorte er nog niet af is, is het ook raadzaam om uw dierenarts te waarschuwen. Wanneer de nageboorte te lang blijft zitten, is er grote kans op koorts en een zieke merrie met baarmoederontsteking en vervelende complicaties zoals hoefbevangenheid. Een zieke merrie geeft ook nadelige gevolgen voor het veulen.
Ook zonder nageboorteproblemen is er een kans op baarmoederontsteking. Door de merrie de eerste dagen meerdere malen per dag te temperaturen, kunnen problemen worden ondervangen. De temperatuur moet onder de 38.5 graden Celcius blijven en de merrie moet vlot zijn en graag willen eten.
Geboorte veulen
Bij een naderende geboorte wordt de merrie vaak wat onrustig. Daarnaast zakt de buik uit, komt er spanning op de uiers en zullen de banden van het kruis en het bekken verslappen.
Bij een normale geboorte breekt eerst de vruchtwaterblaas en wordt de blaas met daarin de voorhoefjes zichtbaar. Zodra het hoofdje uit de merrie tevoorschijn is gekomen, kan het vlies over de neus worden geopend. Wanneer de heupen van het veulen de merrie hebben verlaten, stopt zij met persen. Na verloop van tijd glijdt het veulen er vanzelf helemaal uit. Stoor de merrie in deze fase niet. Het is van belang dat de merrie zo lang mogelijk blijft liggen met de navelstreng verbonden aan het veulen. Er kan nog wel tot een liter bloed via de nog intacte navelstreng naar het veulen stromen, waar het dier veel profijt van heeft. Wanneer de merrie uiteindelijk overeind komt breekt de navelstreng. Het is de bedoeling dat de navelstomp niet nog lange tijd blijft bloeden. Is dat wel het geval, gebruik dan een navelklem of bindt af met een touwtje.
nPK Gynaecologie contract
Voor het echo- en rectale opvoeltraject biedt Paardenpraktijk Kersten het nPK Gynaecologie seizoenscontract aan. Dit seizoenscontract geldt voor n merrie en loopt door tot de merrie drachtig is, ongeacht het aantal benodigde cyclussen, of totdat het dekseizoen voorbij is. Niet inbegrepen zijn voorrijkosten, hormooninjecties, baarmoederkweken en spoelingen, antibiotica en vochtdrijvers.
Gynaecologie
Om de merrie niet te vaak te insemineren is het verstandig de eisprong te volgen om zo het ideale dektijdstip te kunnen vaststellen. Dit moment kan bepaald worden door middel van echografisch onderzoek. Hiermee wordt bekeken of er op de eierstokken een follikel zit en of de baarmoeder er klaar voor is. Vervolgens wordt het sperma van een hengst met een pipet in de baarmoeder van de merrie ingebracht (kunstmatige inseminatie). Wanneer de merrie gensemineerd is, volgt een drachtcontrole op 18 dagen, op 28 dagen en op 2-3 maanden. Dit ter controle van respectievelijk een geslaagde dekking, het innestelen van de vruchtaanleg in de baarmoederwand en het uitblijven van vroeg embryonale sterfte (VES).